Ter gelegenheid
van deze bijzondere " VALERY KANAVIE EXPERIENCE" past
het om een woordje van dank te brengen aan Valery Kanavie, de wereldkampioene
1996, voor haar bereidheid. De organisatie wenst dat iedereen een aangename dag mag doorbrengen
op deze endurance clinic, met de hoop dat de endurance mag doorgroeien
en de plaats krijgt die ze verdient in de paardesport. De organisatoren:
"VALARY KANAVIE EXPERIENCE" 4
oktober 1997 , Brussel België. Julie Maden opent met het unieke feit dat we zo mooi kunnen profiteren van de Amerikaanse ervaringen van Valery. Ze deelt met ons haar 40?jarige ervaring met paarden en 25 jaar met de endurancesport. Vooral de dingen die ze op de weg naar de top heeft ondervonden. HOOFDSTUK 1: HET DOEL: Wat is het doel wat je bereiken wilt? Een plan is het belangrijkste
wat de ruiter moet maken. Het moet wel realistisch zijn: Je moet aan
alle dingen kunnen voldoen, die voor dat doel staan. Bv een wereldkampioenschap
heeft andere belangen te behartigen als een mooie 40 kilometer, welk
een net zo belangrijk doel kan zijn.
HET PAARD: Veel paarden kunnen goed presteren maar hoe beter of correcter
het paard, hoe beter de kans om iets te bereiken. Verder moet je je
afvragen of je er de tijd voor kunt opbrengen, of je sponsors kunt
vinden, of je paard goed genoeg is, etc. Het goede nieuws is dat de endurance altijd leuk blijft. Er is voor elke ruiter een gepaste afstand waarin hij/zij kan presteren. Laat je niet intimideren door de topafstand, want een 40 kilometer is net zo belangrijk als de 160 kilometer! SELECTIE PAARD: Geen voeten,geen paard. Dat wil zeggen dat de kwaliteit van de hoeven een van de zwaarste criteria moet zijn. Verder moet het skelet in verhouding zijn en zijn de spieren belangrijk. Valery is gek
op arabieren, maar niet elke arabier is goed. Een efficiënte
beweging met een correcte bouw is belangrijk maar het perfecte paard
bestaat niet. Een overbouwd paard belast altijd de voorbenen! Scheve
rare bewegingen zijn altijd vermoeiend en dat kost energie, welk beter
in een snellere tijd omgezet kan worden. (Tenen naar binnen is niet
heel erg) CONCLUSIE: HOOFDSTUK 3 NIET VERGETEN: Belangrijke onderdelen, die vaak verwaarloosd worden -Elk half jaar naar de tandarts, niet naar de dierenarts. Veel paarden worden gek van tandpijn. Ze eten slechter en de voedsel opname is niet optimaal. (een tandarts is veel ervarener dan een dierenarts!) -Wormbehandeling:
De paarden worden elke 8 weken ontwormd,de wedstrijdpaarden elke
4 weken. Dit vanwege de vele vreemde paddockjes waar ze in staan
te grazen. (Elk paard is anders, en de tijden zijn dus niet voor elk
paard geldig). Teveel wormbehandeling kan de positieve darmflora beschadigen.
Daar zijn ook weer middelen voor. -Voedsel met een
hoog vetgehalte is belangrijk om de paarden op gewicht te houden.
Anders worden ze gedurende het seizoen te mager! (Valery
ontwikkelde vet?voedsel in het voorjaar 1994. Met gewoon voedsel is
er niet tegen op te voeren.) -Het is belangrijk om uit te zoeken welke vitaminen en mineralen het
paard echt nodig heeft. Dit kan door middel van een bloedonderzoek.
Lukraak gevoerde vitaminen worden gewoon uitgepiest! Goed voer en Vit.
E is over het algemeen voor een gezond paard voldoende. Ook moet er
altijd voldoende hooi aanwezig zijn. Valery voert veel Timothee?hooi. -Vitamine E is belangrijk voor zowel de spieren (die er veel soepeler van worden en dus minder blessure gevoelig) en voor de optimale vetverwerking of -afbraak. -De paarden van Valery lopen altijd buiten. Ze komen alleen even binnen om te eten. De paarden krijgen vroeger alfalfa erbij, maar de tijd leerde dat het niet zo goed was (lucerne). De urine is meer en sterker en dat betekent dat de nieren er hard aan moeten werken. De eetlust wordt er wel door opgewekt, dus op de vetgate wordt het daardoor wel gevoerd. Het meer urineren is tijdens een wedstrijd wel prettig. -De paarden eten de hele dag door. Ze zijn niet gemaakt voor 2 of
3 grote maaltijden met niets er tussendoor. Het is belangrijk om met
voeren zo dicht mogelijk bij de natuur te blijven, dus de hele dag
door een beetje tegelijk. -In het voorjaar is er natuurlijk het probleem van te mals gras. Dan is het belangrijk om het krachtvoer te verminderen en goed te blijven trainen om het voedsel optimaal te verwerken. Valery traint altijd drie dagen per week, maar dan iets harder. Een goed paardenman ziet het en compenseert. In geval van nood kan het paard met een muilkorf naar buiten. Granen moeten gezien worden als aanvulling op het voer bij bv hard werken. Als een aanvulling niet nodig is omdat er genoeg voedsel op het land is, kan men het verminderen of zelfs gewoon weglaten.
HOOFDSTUK 4: DE HOEVEN: Je hoefsmid is je belangrijkste teamgenoot. Een goede ervaren smid kan je paard verbeteren (uitbalanceren). De endurance sport bestaat uit miljoenen voetstappen. Als elke stap niet 100% is, wordt het paard kreupel. Het meeste geld van Valery gaat naar haar hoefsmid. VOETSTAND: Een te steile stand is te veel schokkend voor het been
(voornamelijk de gewrichten), staat het paard te plat, dan is er te
veel belasting op de pezen. In europa is de laatste jaren veel verbeterd.
Men heeft steeds meer aandacht voor dit soort zaken. Valery gaat vaak
naar de hoefsmid om zo veel mogelijk de natuurlijke stand te behouden
(elke 4 weken). Als er een lange tijd tussen zit, verandert er (door
de groei) te veel ineens aan de hoefstand, wat natuurlijk moeilijker
loopt en een aanslag is op pezen en gewrichten.) Zoek altijd goed uit wat je nodig hebt en bespreek alles goed met je hoefsmid. Deze is tenslotte de deskundige op dat gebied.
DE RUITER: Rijlessen zijn belangrijk. Veel ruiters kunnen alleen links
en rechts sturen, stoppen en vooruit rijden. Dat ze er niet afvallen,
wil niet zeggen dat ze goede ruiters zijn! Valery neemt nog steeds paardrijles om haar balans te verbeteren. De houding van de ruiter is vaak zeer slecht, waardoor er teveel druk op de voorbenen ontstaat en er kreupelheden ontstaan, waarbij niemand kan ontdekken hoe het komt. Verder is een slechte houding van het paard (holle rug, hoge hoofdhouding etc.) een ruime verkorting van zijn gebruiksduur. Het paard verslijt te snel. Met dressuur leer je het paard effectiever met zijn lichaam omgaan. Een correct paard heeft veel minder trainingstijd nodig om tot hetzelfde resultaat te komen als een niet correctn gereden paard. Bovendien kan het paard "ontstresst" worden als hij geleerd heeft op commando zich te ontspannen (afbuigen aan de teugel e.d.). ZADELS: Elk paard is anders, dus elk zadel past niet op elk paard. Wat is nu de beste positie: lichtrijden, verlichte zit, of doorzitten?
Tegenwoordig is men meer aan het nadenken over het gewicht van de ruiter.
Vroeger stond men veel in het zadel, waardoor alle druk op de stijgbeugels,
en dus op diens bevestigingspunten terecht kwam. De hele druk is dus
gecentraliseerd op een klein plekje! Niet alleen slecht voor dat ene
rugplekje, wat overbelast raakt maar ook vermoeide voeten voor de ruiter,
wiens hele gewicht teveel rust op een punt. Daarna ging men veel lichtrijden,
waardoor je op het hoogste, dooie punt niet in balans bent en er makkelijk
afvalt. Wat is de goede houding voor een paard?
TRAINING: Het inrijden van endurance?paarden begint op 4, 5 en soms pas op 6?jarige leeftijd. Het paard moet tenminste volledig volwassen en uitgegroeid zijn. De periode zadelmak maken tot de eerste 160 km kan in twee jaar, mits het paard op zijn 6e wordt ingereden. We kennen drie fasen van training: Wat goed werkt is het maken van een dagelijkse kalender, waarop alle paarden staan, met het werk wat ze precies (moeten) doen. Met een oogopslag kan er dan gecontroleerd worden of het paard overtraind is of juist te weinig gedaan heeft. Vooral als meerdere mensen samen trainen is dit enorm handig. Ook een goede
tip is het meten van de trainingsafstand, in het parcours, zodat
precies getraind kan worden. Een paard kan niet fit raken zonder
een flinke portie heuvels c.q. bergen. Valery's trainingsafstanden
zijn 15, 20, 25 en 35 miles (23, 30, 38, 55 km.) Valery traint liever
een bepaalde afstand, in plaats van een bepaalde snelheid, waardoor
een sterke basis ontstaat. Veel mensen vergissen zich en gaan te snel
trainen. Paarden zetten zich graag in (vooral Arabieren), maar de ruiter
is en blijft "the brain". Train niet teveel. Het is levend wezen, met bloed, spieren en een
hart. Twee dagen achtereen trainen is spiertechnisch onmogelijk!
1 tot 3 uur, veel stap, leuk drafje, lekker kort galopje. Als het
paard het werk aan kan, gaan we de heuvels in. rondes van 4 tot 8 mile,
of 12 tot 15 mile. (respectievelijk 6, 12, 18 en 23 km) Endurance ruiters voederen, kijken en voelen aan ribben en benen.
Nederland: DER
Klasse 1 = competitive ( 9 tot 15 km per uur) <40
km Op zes jarige leeftijd kan een paard een 80 km rit aan, maar zonder
snelheid. Het paard wordt rustig voorbereid om zonder risico over enkele
jaren de 160 km te gaan lopen. Belangrijk is een voorwaartse progressieve training. Een goed hulpmiddel
is de hartslagmeter. Stilstand is achteruitgang en daarom is meten
een heel belangrijk aspect om dit aan te zien komen. * Fase 2: Intermediate training. Dit is in principe dezelfde soort training, alleen zwaarder in afstand, snelheid en terrein. (weinig stap, veel draf, klein handgalopje). Vroeger werd er bijna alleen gestapt en gedraafd. Nu wordt er ook veel gegaloppeerd. De herstelperiode maken we steeds kleiner, zodat het paard gedwongen wordt, zich nog net in de arbeid te leren herstellen. (bv in rustig drafje in plaats van in een lange stapperiode.) Sommige paarden ontwikkelen zich snel, anderen hebben meer tijd nodig. Dit kun je niet afdwingen. Sommigen gaan sneller draven met minder moeite, anderen gaan liever in galop met dezelfde moeite. Warm weer heeft daar veel invloed op. Elke race versterkt
het paard, mits met verstand gereden. In Amerika zijn er veel meer
160 km paarden als in Europa. Valery's paard "Cash" heeft
er 28 opzitten. Hij is 15 jaar oud en begon zijn eerste 160 op 8 jarige
leeftijd. 1- De snelheid,
die niet geforceerd wordt. (zo'n 12 km p/u) Een jong paard kan nooit wedijveren met een ervaren paard. Misschien
een of twee ritten, en dan is het gedaan. Valery rijdt een 160 km parcours, (zonder invloed van de concurrentie)
in het paard zijn eigen snelheid (welke 3\4 van de kruissnelheid is)
en met plezier. Meestal eindigen haar paarden in de top 10, omdat ze
lekker lopen en niet geforceerd worden. * Fase 3: Advanced training techniek. Training voor ervaren paarden die al jaren de 100 milers (160 km) rijden. De basis is afgerond, het paard is na het halen van de afstand, nu daadwerkelijk aan presteren toe gekomen. Deze training dient zeer voorzichtig gehanteerd te worden. De hartslag wordt
meer getraind op anaërobe vermogen d.m.v intervaltraining
(an= zonder zuurstof). Dit kan bv door zwemmen (=onbelast bewegen,
slechte zwaartekracht en veel druk op de longen. De hartslagmeter geeft
valse informatie, door deze totaal andere trainingsbron. Het is slecht
voor paarden met hartproblemen en heupproblemen maar goed voor paarden
die meer spierkracht moeten ontwikkelen. Ideaal voor paarden met blessures
die in conditie moeten blijven maar niet belast mogen worden op pezen
e.d. Zwemmen is dus een complete, zware anaërobe training. Op de renbaan
kun je ook anaërobe trainen, maar gezien de enorme
snelheid die ontwikkeld moet worden, is de risico van blessures hoog
en dus in principe af te raden. Een renbaan is mooi om de beweging
te trainen (mooi glad en vlak) maar niet de hartslag. Een ideale hartslagtraining: berg op in galop of draf = 200 slagen
per minuut, 2 minuten volhouden daarna stappen tot onder de 130. Berg op en af blijft de beste training, welke varieert in hogere en lagere hartslagbelasting. Je kunt nooit winnen als je niet eens aan de finish komt! Een vraag aan Valery luidt: Tot hoe oud kun je blijven racen met de
paarden? Vraag: Hoe train je voor meerdaagse wedstrijden? Vraag: Houdt Valery een winterrust periode? Valery werkt niet met bandages of hulpmiddelen om benen dun te houden.
Je weet namelijk dan nooit hoe het paard zich werkelijk gehouden heeft. De ruiter moet zich niet laten leiden door stress en emotie en daardoor domme dingen gaan doen. Het paard is van nature een vluchtdier: Het hoofd gaat omhoog, de adrenaline vliegt omhoog en het paard raced weg. In de natuur is dat zijn redding. Hij is dan zeer gestresst en verliest snel energie. Dit willen we dus niet hebben in de endurance. (De term voor vluchten in de USA is: "He is fright en flight.") Opgewonden paarden mogen de start niet zien. (Valery blijft met ze achter de trailer staan. Ze wacht vier minuten en start dan in alle rust in stap) Valery kan niet solo oefenen, want ze moet teveel paarden tegelijk trainen. Door later te starten leren zelfs de meest opgewonden paarden dat de wedstrijd niets is om je druk over te maken. Laat niemand anders
jouw tempo regelen: In een snelle groep wil je paard mee en loopt
zich vervolgens stuk. Ga dus energie sparen en houdt
controle over je tempo. Werk efficiënt, volg je strategie en laat
je er niet van afbrengen. (denk aan je 75%) Elektrolyte gebruikt
Valery vooral voor de jonge paarden, die erom vechten.("bukee" van Performe & Win)
De oudere paarden hebben er niet zo een behoefte aan, behalve op
warme wedstrijden (plusminus
60 gram elke 30 km) Alle sportpaarden
in Amerika hebben snel last van "Joint? deceases" (gewrichtspijn)
en de "Cosequin" helpt daartegen. Dit is een natuurlijk middel
om skelet, hart, longen en spieren te ontwikkelen, dmv vocht in de
ligamenten vast te houden. In Nederland is dat vergelijkbaar met "BioS".
Door dit produkt kan het paard op oudere leeftijd door presteren. Vraag: Leert Valery haar paarden achter te blijven in de training? Citaten: "De endurancesport bestaat uit miljoenen voetstappen" "Ga eens
hardlopen op verschillende schoenen en voel aan je enkels, "Train en rijdt wedstrijden altijd op 75% van de kruissnelheid" "Je kunt niet winnen, als je de finish niet haalt. Snelheid is dus altijd je laatste probleem" "Wees trots op je zelf, hou van je paard en je sport. Voel je goed en doe waar je achter staat" "Wie je ook bent als persoon; het wordt nimmer bepaalt door je plaats op de eindranglijst!" "De weg naar de top is als het roeien stroomopwaarts; Je kano moet sterk zijn, je peddels in orde en je moet al je kracht gebruiken om tegen de stroom in te peddelen!" (De Amerikanen gebruiken graag dit soort regels als ondersteuning in de zware weg naar de top. Het moet gezien worden als een soort "peptalk".) Amerikaans
Meervoudig |